De Hoge Raad heeft onlangs in een arrest geoordeeld dat de periode leegstand niet als privégebruik wordt aangemerkt. In de betreffende zaak heeft belanghebbende (X) in 2010 een recreatiewoning op een vakantiepark gekocht en de btw volledig in aftrek gebracht. X verhuurt de recreatiewoning aan een BV. Daartoe heeft X een beheer- en verhuurovereenkomst gesloten met de BV. In deze overeenkomst is opgenomen dat X de recreatiewoning deels voor eigen gebruik wenst aan te wenden en deels door tussenkomst van de BV wenst te verhuren aan derden. In de periode van verhuur heeft X geen toegang tot de recreatiewoning. Wanneer X zelf in de vakantiewoning wil verblijven dient hij dit minimaal 13 maanden van tevoren aan te geven. In een periode waarin de woning niet is verhuurd (periode van leegstand), kan X toch in de recreatiewoning terecht als hij dat tijdens kantooruren van de BV doorgeeft. De Belastingdienst heeft naheffingsaanslagen opgelegd, waarbij de Belastingdienst ook de periode van leegstand als privégebruik heeft aangemerkt.

Oordeel van de Hoge Raad

De Hoge Raad geeft aan dat de perioden van leegstand niet tegelijkertijd ook kan worden aangemerkt als perioden waarin de woning voor privédoeleinden aan X ter beschikking staat. Uit de beheer- en verhuurovereenkomst  vloeit voort dat aan het gebruik door X beperkingen kleven wat betreft wijze en tijdstip van aanmelden. X kan immers niet altijd en niet op elk moment de woning aanwenden voor eigen gebruik. Dat dit wel vaak mogelijk is doet daar niks aan af. Om die reden moet de verschuldigde btw op een andere wijze worden vastgesteld. De nachten waarin de woning daadwerkelijk is aangewend voor privégebruik moeten worden afgezet tegen alle nachten van het jaar. De nachten waarin X in de woning had kunnen verblijven maar dat niet daadwerkelijk heeft gedaan, tellen dus niet mee.

Conclusie

Privégebruik dient op basis van dit arrest zodanig te worden uitgelegd dat de recreatiewoning (of andere roerende of onroerende zaken) daadwerkelijk direct voor privégebruik ter beschikking staat. Of dit het geval is moet worden beoordeeld aan de hand van de contractuele bepalingen.

Wat betekent dit voor u?

Heeft u een woning, boot, auto etc. geëtiketteerd als ondernemingsvermogen voor de btw en gebruikt u deze ook voor uw privédoeleinden? Controleer dan wat er in de overeenkomst tussen u en uw tussenpersoon is afgesproken over de periode waarin deze zaken niet worden gebruikt voor privé- of zakelijke doeleinden.

  • Indien u zelf te allen tijden de mogelijkheid heeft het goed aan te wenden voor privégebruik is de periode van niet-gebruik (leegstand) aan te merken als privégebruik. De btw op kosten is voor dat deel niet aftrekbaar.
  • Indien u zelf niet te allen tijden de mogelijkheid heeft het goed aan te wenden voor privégebruik, omdat hier bijvoorbeeld contractuele beperkingen voor bestaan, kan het zo zijn dat de periode van niet-gebruik (leegstand) als zakelijk gebruik kwalificeert. Voor dat deel heeft u dan wel recht op aftrek van voorbelasting.
Deel in uw netwerk